Kies de juiste lens!

Het maakt niet uit met welk onderdeel binnen de fotografie je bezig bent: mensen, dieren, stillevens, etc. De juiste lenskeuze is van vitaal belang om je foto’s boven het gemiddelde niveau uit te laten steken.

Iedere opdracht heeft z’n perfecte gereedschap. Dat geldt ook voor fotografie. Wil je een foto maken van een model, of een zonsondergang aan zee, of een vogel in de boom verderop, dan moet je de juiste brandpuntsafstand kiezen. De vraag is dan: welke lens zet ik op m’n camera?

Bij compactcamera’s staan er vaak wat getallen op de lens, zoals bijvoorbeeld 3x, 2,8x of 4,5x. Maar dat zegt natuurlijk nog niet zoveel, het zijn slechts getallen. Wat betekenen ze? Voor een DSLR zijn er diverse lenzen beschikbaar, maar welke lens heb je nu juist nodig voor die ene foto? Zo heb je een 18-50mm, een 50mm f/1.8, een 70-200 f/2.8; wanneer moet je nu switchen van de ene naar de andere lens?

Rustig aan… Soms lijkt het wel alsof we ons het leven en de fotografie moeilijker maken dan nodig is. Laten we eens terug gaan naar de basis. Brandpuntsafstand is het getal in millimeters, aangeduid als mm achter het getal op je lens.
Sigma Lens Brandpuntsafstand

Hoe lager het getal, hoe wijder de beeldhoek is die je door de zoeker kunt zien. De gemiddelde groothoeklens heeft een brandpuntsafstand van zo’n 35mm of minder. Een lens van 18mm of minder wordt gezien als ‘extreme’ groothoek, waarbij 28mm zo’n beetje als normale groothoek wordt beschouwd. Een lens tussen 35 en 70mm wordt als gemiddeld ervaren, dit is ook zo’n beetje de range waarin het menselijke oog zich bevind. En alles boven 70mm wordt gezien als tele. Dit betekent dat de lens de dingen vergroot weergeeft. Die gebruik je dus voor het vogeltje in de boom van even hiervoor. 😉

Wanneer je naar een professionele sportwedstrijd kijkt en eens goed let op de fotografen langs de zijlijn, dan zie je gewoonlijk alleen maar grote lange lenzen. Dit zijn allemaal telelenzen, variërend van 400mm, 500mm en soms wel 600mm of meer. Allemaal om extreem dicht op de actie te kunnen zitten. Wil je een portret maken van een persoon dan zal de juiste lens ergens tussen 70 en 100mm zitten. Omdat dit gebied de minste kans op vervorming (distortion) biedt. Andere brandpunten geven vaak vervorming in het gezicht door het te breed of te uitgerekt weer te geven, afhankelijk van de lens die je op de camera hebt. Maak je nog niet druk over de f/nummers, zoals hierboven f/1.8 en f/2.8; Dat komt later wel.

Wat nog een belangrijk element is voor jou als DSLR gebruiker, is dat wanneer je GEEN fullframe spiegelreflexcamera hebt, je dan te maken hebt met de verlengingsfactor. Meestal zit die rond 1,5 (Nikon 1,5 en Canon 1,6). Sommige andere camera’s hebben meer of minder. Maar wat het doet kan positief en negatief uitpakken. Positief wanneer je in het telegebied qua lenzen zit. Want je 300mm lens wordt zo ‘ineens’ 450mm. Maar ditzelfde effect pakt negatief uit als je in het groothoekgebied wilt fotograferen. Want je 24mm lens wordt nu 36mm. Dus om de 28mm normale groothoek uit te komen, zoals hierboven uitgelegd, moet je al een 18mm lens gebruiken. Kun je nagaan wat je moet doen om echt extreem te gaan qua groothoek! Dit is echter de goedkope methode. Er is ook nog een dure variant: koop een fullframe DSLR.

Voor de gebruikers van een compactcamera betekent het getal, het zoomgetal op de lens, zoals bijvoorbeeld 3x, dat de telecapaciteit 3x zo groot is als het wijdste groothoekbereik. Dus als je wijdste hoek 28mm is, dan zal het maximale telebereik 3×28=84mm zijn. En bij een 10x zoom zal het maximale bereik 10×28-280mm zijn. Simpel toch?

Nou, dan is het eindelijk zover. Je hebt een mooie compactcamera, of een fraaie DSLR met diverse lenzen voor je liggen. Je zult nu keuze moeten maken hoe je de compositie die je voor je hebt gaat fotograferen! Stel dat het gaat om de zee, of een landschap of zo, met bijvoorbeeld bomen en wat struikgewas. Dan zou een groothoek zoals de 18-70mm een goede keuze zijn, omdat het je in staat stelt om zowel in de breedte als in de diepte veel te zien. Vanwege de zoomcapaciteit heb je de mogelijkheid om zowel groothoek te fotograferen als ook verder in te zoomen en een variëteit aan andere foto’s te maken. Erg handig als je een verhaal wilt vertellen met je foto’s. De compactfotograaf hoeft alleen maar te zorgen dat de lens volledig is uitgezoomd om groothoek te fotograferen. Wanneer je een model wilt fotograferen of een ander object dicht bij je, neem dan een 50mm of een 35-70mm. Bij de meeste compactcamera’s is het dan voldoende om ergens midden in het zoomgebied te zitten.

En, voor een foto van bijvoorbeeld een vogel in de boom, of iets anders verder weg, heb je in ieder geval 70mm of meer nodig. Als compactgebruiker hoef je slechts in te zoomen zover als je kunt. Het is goed om er ook aan te denken dat je in veel gevallen een statief nodig zult hebben. Zeker als je wat hoger in de millimeters komt. Gelukkig zijn er hulpmiddelen zoals VR tegenwoordig, maar zeker als het licht iets minder is, zal een statief of een bonenzak een uitkomst zijn om bewegingsonscherpte te voorkomen.

Er is een ding wat ik nog niet verteld heb, maar toch erg belangrijk is voor beide types camera, en dat is de minimale scherpstelafstand. Dit is de afstand tussen de sensor en je onderwerp. Elke lens heeft zijn eigen minimale scherpstelafstand. En die kan veranderen wanneer je in- of uitzoomt! Macrolenzen staan bekend om hun korte minimale scherpstelafstand, terwijl een 300mm telelens wel meer dan een meter nodig kan hebben.

Wat is nu belangrijk om te onthouden? Dit: er zijn geen harde en vaste regels….

Fotografie is een kunstvorm die zichzelf leent voor experimenteren. En dat wil ik je ook aanbevelen. Experimenteer met je eigen lenzen totdat je ze door en door kent. Leer wat iedere lens doet en hoe die zich gedraagt. Maak veel foto’s. Dat kost (bijna) niets en je kunt er een hoop van leren. Van fouten maken kun je leren, dus wees ook niet bang om die dan eens te maken. Daar leer je vaak het meeste van! En met die kennis kun je je weer verder ontwikkelen en groeien!

Deel deze post!Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on Facebook
Facebook
Share on Google+
Google+
Over Peter van Veen

Peter van Veen is de drijvende kracht achter Moor Fotografie met als missie "Mensen Leren Fotograferen". Hij woont in Werkendam met als achtertuin nationaal park De Biesbosch. Volg hem op Instagram, Twitter, Google+ of Facebook

Geef je mening, dat waardeer ik enorm!